You are here: Home Bevalling Het verloop van de bevalling

Het verloop van de bevalling

De bevalling kan op verschillende manieren beginnen:

Het breken van de vliezen
Als de vliezen gebroken zijn, verlies je vocht dat je niet  op kunt houden. Het kan een flinke golf in een keer zijn, maar het kan ook in kleine beetjes komen. Probeer wat vruchtwater op te vangen in een bakje of bewaar de natte verbanden/ kleding. Bekijk de kleur van het vruchtwater. Het is normaal als het kleurloos of lichtroze is. Er kunnen witte vlokjes inzitten.

Weeën
Aan het eind van de zwangerschap kun je last krijgen van voorweeën. Dit zijn harde buiken die komen en gaan. Wanneer je rustig gaat liggen of gaat douchen zul je merken dat de harde buiken afzwakken en zelfs verdwijnen. ’Echte’ weeën zullen juist steeds vaker komen, sterker en pijnlijker worden.

Bloedverlies
Aan het einde van de zwangerschap kun je door het veranderen van de baarmoedermond een beetje bloedverlies hebben. Dit is normaal en geen reden tot ongerustheid. Verlies je meer bloed dan bij een normale menstruatie, dan is het wel nodig om contact met ons op te nemen.

Het is duidelijk: de bevalling is begonnen. Maanden ben je er, bewust of onbewust, mee bezig geweest en nu is het dan zover. Zoals je waarschijnlijk wel weet, kan een bevalling op vele manieren verlopen. Tijdsduur, pijnbeleving, plaats, voor iedere vrouw is het weer anders. Zelfs als je al eens eerder bent bevallen, kan het deze keer totaal anders zijn! Probeer je tijdens de zwangerschap al voor te bereiden op de bevalling. Je kunt er bijvoorbeeld over lezen of een zwangerschapscursus volgen.

De bevalling bestaat uit twee delen: de ontsluiting en de geboorte (de uitdrijving).

Tijdens de ontsluiting zorgen de weeën ervoor dat de baarmoedermond zich kan openen. Het eerste stuk van de ontsluiting noemen wij, in vaktaal, de latente fase. De weeën komen nog niet zo heel snel achter elkaar, duren kort en zijn nog matig van kracht. Dit merk je in het toenemen van het aantal centimeters ontsluiting, ook dit gaat nog niet zo vlot. Probeer als je in deze fase zit om je gedachten nog wat te verzetten. Begint de bevalling midden in de nacht probeer dan bijvoorbeeld om nog wat te gaan slapen. Overdag kun je nog wat kleine klusjes doen of een leuke film kijken. Let niet te veel op de klok. Je lichaam laat het je weten wanneer het heftiger wordt!

Hierna volgt de actieve fase. Je merkt dit aan de weeën die nu vlotter achter elkaar komen, langer duren en krachtig zijn. In deze fase lukt het je niet meer om gewoon door te gaan tijdens de weeën. Je hebt al je aandacht nodig bij het opvangen van de weeën. De ontsluiting neemt nu ongeveer een centimeter per uur toe bij een eerste kindje. Ben je al eens eerder bevallen, dan gaat het meestal vlotter.

Het opvangen van de weeën
De meeste vrouwen voelen goed aan hoe zij de weeën het beste kunnen opvangen. Dit kan per uur verschillen. Liggen op bed, staan of zitten onder de douche, liggen in bad, zitten of hangen over een stoel. Probeer het maar. Niets is gek en (bijna) alles mag! Wij dragen ook adviezen aan die je kunnen helpen tijdens de bevalling. Veel vrouwen hebben baat bij warmte, dit helpt je om te kunnen ontspannen. Zorg dat je het lekker warm hebt. Trek bijvoorbeeld lekker dikke sokken aan of neem een bad of een douche. Een warme kruik kan de pijn in je rug of buik wat verzachten, evenals massage. Vraag bijvoorbeeld je partner om op de pijnlijke plek flinke tegendruk te geven.

De KNOV-folder: Bevallen – Welke houding past bij jou? laat met plaatjes zien in welke verschillende houdingen je kunt bevallen. Als je bijvoorbeeld staand een wee opvangt, heb je minder pijn en duurt de bevalling vaak korter dan als je liggend bevalt. Jij bepaalt in welke houding je straks je baby op de wereld wilt zetten. Het is jouw bevalling. Als je je bevalhouding(en) zelf kiest, heb je meer controle.

Bekijk ook de voorlichtingsfilm: Jouw bevalling, hoe ga je om met pijn?

Eten en drinken kan wel eens verkeerd vallen tijdens dit moment van de bevalling. Eet of drink lichte producten zoals thee, crackers of vla. Een energiedrankje of wat druivensuiker kan je wat extra energie geven.

Na het wegpuffen van alle weeën volgt het laatste stukje van de bevalling: de geboorte, ook wel uitdrijving genoemd.
Met persdrang is het zeer moeilijk om de weeën nog weg te zuchten. Het gevoel om mee te persen is sterk aanwezig. Wanneer er tien centimeter ontsluiting is, mag er aan dit gevoel worden toe gegeven. Veel vrouwen vinden het fijn dat ze het laatste stukje van de bevalling ’actief’ mee mogen doen. Bij een eerste kindje mag het persen maximaal twee uur duren. Gemiddeld duurt het een uur voordat de baby geboren is. Ben je al eens eerder bevallen, dan gaat ook dit laatste stukje van de bevalling meestal sneller.

Daar is hij of zij dan: jullie baby! Blijdschap en verwondering, opluchting en ontroering, alle gevoelens komen nu naar boven. Eerst even diep ademhalen, even bijkomen van alle gebeurtenissen en dan kijken naar jullie kindje: ’hoe ziet het eruit?’, ’op wie lijkt het? ’heeft het tien vingertjes en tien teentjes?’ Terwijl mama en papa genieten, is het werk van de verloskundige nog niet afgelopen.

De baby is nog maar net geboren of de eerste test moet hij of zij al doorstaan. Door goed naar de baby te kijken en te letten op de kleur, de ademhaling, de spierspanning, het reactievermogen en de hartslag, bepalen wij de apgarscore (een test waarmee een snelle indruk van de algemene toestand van een pasgeboren baby wordt verkregen).

Ondertussen blijven wij de kersverse moeder nauwlettend in de gaten houden, want de placenta moet geboren worden. Meestal is dit binnen een uur na de geboorte van de baby. Als het nodig is moeten we je hechten. De baby kijken we na vanaf zijn hoofd tot aan zijn tenen. Hij wordt gewogen en gemeten. Als je borstvoeding wilt gaan geven, leggen we de baby vlot na de geboorte aan je borst.